Voorrede

[IX] Onder de dissenters van Nederland zijn de Baptisten mede van de armsten en dunst gezaaiden. Men telt er nog geen twee duizend. De breede massa van het volk kent nauwelijks hun naam en duwt hen in den sektenhoek. Het kleinburgerdoin heeft pret over hun “dompelen". De kerkelijken, verwarren hen met Mormonen of Darbisten. Toch leven deze “Freikirchler" bij hooge idealen. Hun streven naar een zuivere gemeente van geloovigen volgens apostolisch model, hun eisen van persoonlijke bekeering, hun strenge levenslucht, hun beslist afwijzen van alle staatsbemoeiing in zake de gemeentelijke huishouding, hun handhaven van absolute zelfregeering der gemeente, hun strijd voor onvoorwaardelijke, algemecne godsdienstvrijheid, hun innig gemeenschapsleven en hun levendige evangelisaliearbeid dwingen eerbied af.

Deze leekenbeweging, die de werking van den bijbel in de hand van scheepskapiteins en veenarbeiders, van winkeliers en ambachtslieden, van landbouwers en fabrieksvolk te aanschouwen geeft, wil een bolwerk zijn tegen de verwereldlijking der kerk en tegen een kille verstands- en gewoontereligie. Zij bekleedt een geheel eigenaardige plaats in die groote ontwaking van nieuw Christelijk leven, welke men het Réveil pleegt te noemen. Want evenals de Reformatie der zestiende eeuw, had het Réveil der negentiende eeuw zijn doopersche strooming, die bevruchtend op de volkskerk inwerkte.

Het Nederlandsche Baptisme heeft deswege aanspraak op meerdere bekendheid. De gemeenten konden echter haar geschiedenis niet overleggen. Reeds gedurende twintig jaar zagen zij er met verlangen naar uit. De Unievergadering van 23 Juni 1892 te Sneek gaf voor de samenstelling van de historie der gemeenten een opdracht aan de Uniecommissie, doch tot de uitvoering daarvan is het nimmer gekomen. Drie jaar geleden, toen ik “yn ús memmetael" mijn schetsen over het Friesche Réveil schreef, werd ik bekend met de geschiedenis der Baptistische predikstations tusschen Flie en Lauwers, die hun oorsprong danken aan de vruchtbare moedergemeente Ihren in J Oost-Friesland. Op wonderbare wijze kwam ik in aanraking met den zoon van Friesland's eersten Baptistenprediker Peter Johannes de Neui, den heer H.P. de Neui, die met zijn echtgenoote in den zomer van [X] 1910 uit Tyndal in Zuid-Dakota (N.A.) een pelgrimage deed langs de gemeenten en posten, die zijn vader had gesticht. Niet lang na zijn terugkomst zond hij mij, volgens belofte, een afschrift van het dagboek, dat zijn vader had nagelaten en dat een onwaardeerbare geschiedbron bleek te zijn, waarvan ik dankbaar gebruik kon maken.

In het najaar van 1910 hoorde ik vele wetenswaardige dingen omtrent de gemeenten in de Groninger veenkoloniën uit den mond van den heer J. Horn, eertijds Baptistenleeraar te Sneek en Groningen, thans reizend evangelist te de Bildt, die met zijn skiopticon in het gebouw voor Christelijke belangen te Sneek een Bunjanavond gaf. Het verhaal, dat hij op mijn studeerkamer deed, was zoo belangwekkend en nieuw, dat het plan in mij rijpte om deze heugenissen aan de vergetelheid te ontrukken. Hij verwees mij voor meerdere inlichtingen naar Mejuffrouw A.M. Feisser te Nieuwe Pekela, de dochter van Nederland's eersten Baptistenprediker, die ik ras met mijn voornemen in kennis stelde. En merkwaardig, juist was kort tevoren bij haar de gedachte opgekomen, “dat het zoo wenschelijk zou zijn als een bekwame hand de geschiedenis van het ontstaan der tegenwoordige Baptistengemeenten schreef." In dezen samenloop van omstandigheden Gods hand ziende, heeft zij sedert noch tijd, noch moeite gespaard om mij bouwstoffen te bezorgen en omtrent velerlei personen en zaken mij zoo volledig mogelijk in te lichten. Zelf was zij in het bezit van een groote collectie brieven, waarvan ik de belangrijkste als bijlagen in mijn boek een plaats geef. Door haar bemiddeling ontving ik van den heer J. Louw, kweekeling aan het Baptistenseminarie te Hamburg, verschillende berichten uit de “Hamburger Missionsblatter", die hij met groote bereidwilligheid voor mij copieerde. Zonder haar steun en voorlichting zou dit boek niet zijn geworden, wat het thans is. Ik wensch elken historicus op het vaak doornige pad zulk een leidsvrouw toe. Ook de heer Horn heeft mij met alle middelen, die hem ten dienste stonden, hulp geboden. De medewerking, die mij uit den boezem der gemeenten verleend werd, is boven mijn lof verheven. Met name de heeren J. Feisser te Nieuwe Pekela, B. Roeles te Arnhem, J. de Hart te Hengelo, H. de Vries te Workum, W. van Beek en H. Moolman te Stadskanaal, N. Zerbst en G. Velthuijsen Jr. te Amsterdam, A. Karssiens te Staveren, J. Hemmes te Franeker en Ph. Lindeman te Nieuw Weerdinge, hebben mij uitnemende diensten bewezen. Eveneens mocht ik van Mr. R. Fruin, archivaris, Mr. P. G. Bos, adjunct-archivaris, beiden te 's Gravenhage en den heer G. H. van Fenema, conservator der universiteitsbibliotheek te Groningen, veel bereidvaardigheid ondervinden. Een woord van oprechten dank zij aan allen gebracht, die iets hebben gedaan voor het tot stand komen van dit werk.

[XI] Ten slotte moet ik nog een antwoord geven op de verwonderde vraag van velen, hoe ik als Hervormd predikant dezen arbeid heb kunnen ondernemen. Dit antwoord is vierderlei: 1e voor een kerkhistoricus heeft elke geestelijke beweging, ook onder de dissenters, beteekenis; 2e de Hervormde kerk heeft de roepstem te verstaan, die uit de vrije gemeenten tot haar komt; 3e er stroomt nog doopersch bloed door mijn aderen, gesproten als ik ben van moederszijde uit een familie van Oude Vlamingen der tenietgegane Doopsgezinde gemeente te Appingadam, en het bloed kruipt waar het niet gaan kan; 4e God heeft dezen arbeid langs bijzondere wegen mij voor de voeten geleed. Hem zij dank gebracht voor Zijn bekwamende genade.

sneek, 23 september 1912.

G. A. WUMKES.

Voorganger


Ds. Fokko Stalman

 

Diensten 

     
01-10-2017 10:00 uur
► Ds. Fokko Stalman
    Avondmaal

08-10-2017  10:00 uur
► Ds. Fokko Stalman

15-10-2017  10:00 uur
► Ds. Jur Kruizinga

22-10-2017  10:00 uur
► Ds. Jannes Hofman
 
22-10-2017  16:00 uur
► Ds. Fokko Stalman
   Ouderendienst
 
29-10-2017  10:00 uur
► Ds. Fokko Stalman