Historie gemeente

De Baptisten Gemeenten zijn in ons land een betrekkelijk jong verschijnsel: nog geen anderhalve eeuwoud. Het Baptisme-in-de-wereld, dat zich sinds het begin van de zeventiende eeuw een weg heeft gebaand, is nog geen vier eeuwen oud. 
Christus' gemeente, in Jeruzalem begonnen met de uitstorting van de Heilige Geest, is straks 20 eeuwen oud.
Twintig eeuwen, vier eeuwen of één eeuw (zoals de Groninger gemeenten) laten zien, dat Christus' gemeente een aan de tijd gebonden verschijnsel is. 
Dat hoeft ons niet af te schrikken, om er ons met energie en offerbereidheid voor in te zetten. 
Christus zelf heeft voor zijn gemeente alles over gehad. 
Maar dat ontneemt de gemeente niet het karakter van voorlopigheid. De gemeente wijst van zichzelf af naar haar Heer en naar de komende heerschappij van God. 
Ze vervult een brugfunctie tussen de tijd van Jezus' zichtbare aanwezigheid op aarde en het moment van Zijn terugkeer. 
De gemeente is niet zelf het einddoel van Christus' werk, maar slechts de voorlopige gemeenschap van Christus' volgelingen, die uit dat heilswerk is gegroeid. 
Zowel de gescheidenheid als de tijdelijkheid van die gemeenschap tonen aan, hoe onvolkomen de gemeente nog is. 
Maar in die onvolkomen en zwakke gestalte is de gemeente toch de ruimte, waarin Christus ons tegemoet treedt met Zijn liefde, waarin Hij ons samenbindt en verder leidt naar de volkomenheid van het Rijk van God.
Daarom is een eeuwfeest als dat van onze Groningse gemeenten een samenbundeling van dankbaarheid over de bewarende hand van God, en van aanmoediging om verder te blijven bouwen aan de gemeente totdat Christus komt.
Dankbaarheid en aanmoediging zijn samengevat in de bescheidenheid, die weet, dat we het van Christus' genade moeten hebben.
Vanuit onze landelijke Uniegemeenschap willen we met onze Groningse gemeenten delen in deze gevoelens. 
Daar in staan we naast hen, zoals zij van meet af aan hun plaats innamen in ons landelijk verband. 
Toen de Groningse gemeente één jaar oud was, richtte ze op 26 januari 1881 mee de Unie op tijdens een zorgvuldig voorbereide vergadering in Foxhol. 
Groningen, zelf mede ontstaan door de hulp van elders, voegde zich terstond in "de Unie", die zoveel zou gaan betekenen voor de verdere groei van de gemeenten in ons land.
Groningse voorgangers en gemeenteleden namen vaak actief deel in allerlei arbeid.
De honderdste algemene vergadering onzer Unie hebben we dan ook in oktober 1980 in Groningen gehouden, al was -strict genomen- de Unie zelf nog net niet een eeuwoud. 
Zo werd 1980 een feestelijk jaar vol gezamenlijke vreugde over Gods zegen!
De beide honderdjarigen willen zich in geestelijke verbondenheid blijven inzetten voor de dienst, die de Heer van ons vraagt op weg naar Zijn Rijk.

J. Broertjes, voorzitter Uniecommissie.

Wanneer we, in een kort overzicht, een wandeling willen maken door de Baptistengemeente in de honderd jaren van haar bestaan moeten we, in gedachten, terug naar het jaar 1875.
In een woning, in de nabijheid van de Boteringebrug, kwam iedere zondag een groepje christenen bijeen om Gods woord te overdenken. 
Dezen stonden onder leiding van br. K. Kremer die, zo vermelden ons de notulen, koemelker was in de gemeente Noorddijk.
Zij waren overtuigd dat de kinderdoop niet bijbels was en dat een christen "Op zijn geloof" gedoopt diende te worden en wel door onderdompeling.
Enigen van hen waren gedoopt door ds. H. Z. Kloekers van Nieuwe-Pekela.
Deze groep is gedoopt in de Plantsoenvijver, om de hoek van de Moesstraat tegenover de boerderij van br. Klooster. Br. Kremer was reeds gedoopt door ene J. Julzing. Waar dit gebeurde vermelden de notulen niet. 
De poging van ds. Kloekers om, vanuit dit groepje, een gemeente te stichten mislukte. 
Een andere groep vergaderde in een woning van een zekere Mulder, of van de wed. Rozenboom, in de buurtschap "De Papiermolen". 
Deze lag op dezelfde plaats waar nu het zwembad van die naam is. 
Hier werd in deze, zeer arme, buurt geëvangeliseerd door evangelist De Vrieze van Foxhol. 
Als vruchten van deze arbeid noemen we U de namen van J. List, M. List en Mej. Gr. List. 
Deze kleine, doch zeer actieve, groep huurde begin 1880 twee woningen in de Warmoesstraat, n.l. nr. 68 (de huidige kosterswoning) en nr. 66, waarin evangelist de Vrieze t.z.t. zijn intrek zou nemen. 
De woningen werden gehuurd voor 1 2,10 per pand.
Tenslotte waren er nog K. v. d. Baaren en echtgenote. 
Deze stonden, volgens de notulen, "Op zichzelf" en waren leden van de Baptistengemeente te Franeker.
Het is er niet van gekomen dat De Vrieze in de Warmoesstraat kwam te wonen daar, volgens onze notulist; "hem een ernstige krankheid aangreep, die in zeer korte tijd een eind maakte aan zijn aardse bestaan".
Op zijn begrafenis waren al de drie groepen en men kwam overeen om nog eens een poging te wagen, om te komen tot vereniging. 
Br. Kloekers, die ook aanwezig was, werd gevraagd de leiding van deze vergadering op zich te willen nemen.

In de morgen van 25 januari 1880 kwam men bijeen in het, nog door De Vrieze gehuurde lokaaltje, Warmoesstraat 68. 
Br. Kloekers sprak een inleidend woord naar aanleiding van Zacharias 4 : 10, "Wie veracht de dag der kleine dingen"?
Daarna worden de mogelijkheden tot samenvoeging besproken. 
Onze notulist vermeldt: "Om plm. 12.00 uur verenigde men zich in biddend opzien tot den Heer onder de naam "Gemeente van Gedoopte Christenen".

Br.K.Kremer wordt gekozen als voorgaand ouderling terwijl br.K.v.d. Baaren als ouderling-penningmeester de kleine gemeente zal dienen.
De namen der aanwezigen waren: br. en zr. Kremer, zr. Lambeek, zr. Klooster, zr.T.Vroom, zr.Richters, br.I.List, br.M.List, zr.Gr.List en br.en zr. K.v.d. Baaren.
Hiermede was op 25 januari 1880 de eerste "Gemeente van Gedoopte Christenen" te Groningen werkelijkheid geworden. 
In hetzelfde jaar werd nog een achttal leden door de doop aan de gemeente toegevoegd, zodat eind 1880 de gemeente 19 leden telde. 
De inkomsten bedroegen dat eerste jaar f 58,70 en de uitgaven f 59,-.
Op 31 juli 1881 werd aan br. van Beek, evangelist te Haulerwijk, verzocht de statuten ter goedkeuring toe te sturen aan Z.M. Koning Willem III, welke goedkeuring spoedig werd verkregen. 
Zo was dus de gemeente als rechtspersoon erkend. 
Men begon onder de jeugd te evangeliseren met zondagsschool o.l.v. br. v. d. Baaren. 
Ook heeft br. v. d. Baaren, na 6 november 1881, de leiding van de gemeente op zich genomen daar br. K. Kremer op die datum heen moest gaan.

De vacante periode duurde slechts kort daar reeds op 27 november 1881 br. N. van Beek als evangelist aan de gemeente werd verbonden. 
Deze kreeg echter de vrijheid om ook "Op de bestemde zondagen het Evangelie te 't Zandt en Haulerwijk te verkondigen". 
Voor zijn diensten aan de gemeente te Groningen ontving hij jaarlijks 3000 "baggerturven".
Op 30 april echter nam de gemeente br. van Beek aan "met handdruk en zegenwensen", als voorganger der gemeente. 
Men schrijft: "Ieder lid der gemeente moest naar vermogen bijdragen, daar alleen turf niet genoeg is". 
In januari 1882 organiseerde men, gelijktijdig in het "Concerthuis" en "Huis de Beurs", een drietal evangelisatieavonden. 
De eerste avond waren er plm. 250 personen.
70 personen kwamen tot bekering en 22 broeders en zusters werden door de doop aan de gemeente toegevoegd, terwijl zich nog een viertal had gemeld.
Het lokaaltje in de Warmoesstraat was te klein geworden. 
In "De Christen" van 1882 stond reeds een artikel te lezen onder het motto "Kerkbouw te Groningen".
Men ging voortvarend te werk en kocht een stukje bouwgrond achter het pand Warmoesstraat 68, voor een bedrag van f 1036,831/2. 
Er werden circulaires verzonden en aandelen à f10,- aangeboden. 
Weldra werd begonnen met de bouw van een kerk. 
De totale bouwkosten waren f 6002,80. 
Het is misschien interessant te weten dat men, bij het graven van sleuven voor het fundament, aan de grondstructuur de loopgraven kon onderscheiden die gebruikt waren door de legers van de Bisschop van Munster (Bommen Berend), tijdens het beleg van Groningen in 1672. 
Ook werden er zware kanonskogels gevonden.
Op de tweede pinksterdag 1882 werd de kerk in gebruik genomen. 
De inwijdingspreek werd gehouden door ds. van Beek naar aanleiding van Psalm 126, "De Heer heeft grote dingen,aan ons gedaan". 
's Middags om 4 uur werd het nieuwe doopvont in gebruik genomen, en "onder plechtig stilzwijgen der toeschouwers" een achttal personen gedoopt en aan de gemeente toegevoegd.
Direct aansluitend aan de doop werd het Heilig Avondmaal gevierd.
Veel aandacht heb ik geschonken aan de beginjaren van de gemeente, doch men zou de historie te kort doen als men van deze belangrijke jaren een te korte samenvatting zou geven.

We slaan enkele jaren over. 
In november 1884 vermeldt de notulist dat het ledental is gestegen tot 114. 
Ook vermeldt hij dat het meestal arme lieden waren.
Het afbetalen der schulden ging moeilijk doch gestadig.

Enkele besluiten uit die tijd

In januari 1883 kwamen er bordjes in de kerk te hangen met de tekst: "Het "pruimen" in de kerk is niet toegestaan".
Op 24 februari 1884 werd besloten dat ieder lid, inzonderheid de manlijke, verplicht was de gemeentevergaderingen bij te wonen.
Dezelfde datum maakt melding dat, wanneer jongelui zich wensen te verloven, zij op een behoorlijke manier kennis moeten geven aan de gemeente. (Stille verkering kan immers niet goed zijn.) 
Tevens werd geschreven over een zangvereniging, waarvan het ledental ging als eb en vloed. 
Ook was er een jongelingsvereniging opgericht en vergaderden enkele vrouwen onder leiding van zr. de weduwe Eisinga.
Op 31 december 1888 werd besloten om vrouwen geen stemrecht te geven.
De reden hiervan was..."De vrouwen hebben geen doorzicht".
Ook werd het roken in de kerk verboden daar "Dit voor vreemden een slechte indruk geeft". 
Op 9 februari 1890 nam ds. v. Beek, na een zegenrijke periode, afscheid van de gemeente om de gemeente te Stadskanaal te gaan dienen. 
Men vermeldt dat "Men hem node zag vertrekken".

Ook deze vacante periode duurde niet lang want op Pasen van hetzelfde jaar werd ds. Horn voorganger der gemeente. 
Hij werd bevestigd door ds. J. de Hart van de gemeente te Hengelo (Ov.). Jammer is dat, volgens de notulen, ds. Horn zich meer met colportage dan met de gemeente bemoeide. (Hij genoot het "vorstelijke"? salaris van f 10,- per week.) 
Toch heeft ds. Horn niet zonder zegen gewerkt. 
Hij komt uit de notulen naar voren als een vurig evangelist en oprichter van verschillende verenigingen waarvan de nu nog bestaande zondagsschoolvereniging "De Goede Herder" een vrucht is. 
Deze vereniging werd opgericht op 7 augustus 1890 in een huis in de Hoekstraat.
In januari 1895 onttrok hij zich aan de gemeente en 40 gemeenteleden met hem. 
Ds. Horn vergaderde met deze gemeenteleden in het geheelonthoudersgebouw in de Vlasstraat onder de naam "De Stadszending". 
De meesten van deze leden zijn, gelukkig, later teruggekeerd.

Op 26 december 1896 deed ds. B. Planting zijn intrede in Groningen. 
Zelf schreef hij in het "Gedenkschrift" t.g.v. het 50-jarig bestaan van de gemeente, dat hij een totaalontredderde gemeente aantrof. 
Er had zich namelijk een oppositiegroep gevormd onder voorwendsel van ijver voor de "ultracalvinistische leerstellingen". 
Door ds. Planting te beroepen verlieten deze 15 broeders en zusters de gemeente en gingen partij tegen de gemeente kiezen. 
De notulist vermeldt letterlijk "Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer". 
Met de komst van ds. Planting brak er weer een bloeiperiode aan voor de gemeente. 
Het eerste jaar werden er weer 27 nieuwe leden aan de gemeente toegevoegd. 
In 1905 kwamen er zelfs zoveel mensen tot bekering en geloof dat men de tel kwijtraakte.
Opwekkingssamenkomsten, bidstonden en doopdiensten werden iedere week gehouden. 
In 1910 telde de gemeente dan ook 222 leden.
Nadat echter Amsterdam ds. Planting tweemaal had beroepen, nam hij op 26 november 1911 afscheid van Groningen en vertrok naar deze gemeente.
Toen ds. Mense, voormalig N.H. predikant te Stadskanaal, op 3 december 1911 zijn intrede deed had niemand verwacht dat hij zijn ambt op 31 december 1912 weer zou neerleggen om terug te keren naar de N.H. Kerk.
Groot was de teleurstelling. 
De notulist A. Bos schreef in zijn jaarverslag, "Dit was een voorganger die zich openbaarde als een huurling".

Na ruim een jaar herderloos te zijn geweest, kwam op 11 januari 1914 ds. A. Hof uit Lückenwalde (Duitsland) naar Groningen. 
Deze, "Prediker van het Kruis", heeft met veel zegen in Groningen gewerkt. In 1914 werden 17 personen gedoopt en in 1915 was dit aantal reeds met 61 dopelingen toegenomen. 
Tijdens zijn gehele ambtsperiode van 13 jaar werden 310 personen aan de gemeente toegevoegd.
In 1915 werd een nieuw pijporgel in gebruik genomen. 
De oude kerk werd te klein zodat men moest omzien naar een bouwterrein om een grotere kerk te bouwen.
Aan de Meeuwerderweg werden 2 woningen gekocht die men mocht afbreken om een nieuwe, grotere kerk te bouwen. 
Deze werd dwars tegen de oude kerk aangebouwd, waartoe plm. 6 meter van de oude kerk moest worden afgebroken.
Men kocht de woningen voor een bedrag van f 10.400,-. 
De bouw van deze kerk werd gegund aan aannemer Rademaker, als laagste inschrijver, voor f 28.940,-. 
De eerste steen werd gelegd door de weduwe van de inmiddels overleden, ouderling br. D. Klooster. 
Ook werden de ramen geschonken door de weduwe en kinderen van deze broeder. 
Tijdens de bouw van de kerk werden de diensten gehouden in de doopsgezinde kerk, die voor dit doel, praktisch belangeloos, werd afgestaan door deze gemeente. 
Het moet een geweldige dag voor de gemeente geweest zijn toen op 31 mei 1925 deze grote kerk, met 650 zitplaatsen, in gebruik kon worden genomen. 
In de kerk waren o.a. aanwezig de commissaris van de Koningin Jhr. Mr. v. Starkenborgh en de burgemeester van Groningen, Jhr. Mr. Dr. Bosch van Rosenthal. 
De burgemeester feliciteerde, in zijn toespraak, de gemeente en hoopte dat zij, evenals hij zelf, kracht mocht putten uit het woord van de Heer.
Bij de ingebruikneming van de kerk telde de gemeente 455 leden.
Groot was de ontroering toen op 7 maart 1927 ds. Hof aan de gemeente werd ontrukt door de dood. 
Ds. N. van Beek noemde hem, op de dag van de begrafenis, een beminde en kundige prediker.
Op 11 maart werd hij, op het Esserveld, ter aarde besteld. 
Op zijn graf staat, "Ook deze was met Jezus". 
Het werk werd voortgezet onder leiding van br. J. Doornkamp en het bezoekwerk werd onder de ouderlingen verdeeld.

Op zondag 17 juli 1927 besloot de gemeente een beroep uit te brengen op Ds. J. Louw te 2e Exloërmond. 
Op 7 augustus kon reeds aan de gemeente worden bekendgemaakt dat ds. Louw het beroep had aangenomen. 
Op zondag 2 oktober werd de nieuwe predikant bevestigd door ds. B. Planting van Amsterdam.
In de middagdienst deed ds. Louw zijn intrede, sprekende over het onderwerp, "Plaats en taak van de gemeente in deze wereld", naar aanleiding van Openb. 22 : 17 en 20a, erop wijzende dat het de taak van predikant en gemeente is getuigen van Christus te zijn. 
De jaren van ds. Louw zijn goede en vruchtbare jaren geweest. Niemand was zolang voorganger der gemeente als deze leraar. 
De ouderen onder ons plukken nog de vruchten van zijn denkend mediteren. 
Gedurende de 21 jaren dat hij de gemeente te Groningen mocht dienen werden 460 personen gedoopt. 
Voorwaar een gezegende tijd. 
De gemeente telde, bij zijn 60-jarig bestaan, 643 leden. 
In 1948 kreeg ds. Louw een beroep naar de gemeente in Den Haag en op 21 november werd hij inwoner van de residentie. 
Precies 1 jaar na het vertrek van ds. Louw deed ds. L. de Haan van Apeldoorn zijn intrede op 20 november 1949. 
Helaas...., reeds 3 weken hierna nam een plotselinge dood hem uit ons midden. 
Onbegrijpelijk was deze daad van God. 
Versuft bleef de gemeente achter. 
Het was een aangrijpende rouwdienst op dinsdag 13 december 1949. 
Bijna alle predikanten van de broederschap waren aanwezig. 
Ds. J. W. Weenink leidde de dienst.

Intussen was reeds, sinds 28 oktober 1945, ds. G. Vegter werkzaam in de gemeente Groningen-Noord. 
Deze heeft, vanaf het overlijden van ds. L. de Haan tot de komst van ds. G. Brongers op 3 mei 1953, de leiding van beide gemeenten gehad.
Ds. Vegter kwam van de gemeente te Staveren en werd bevestigd door ds. J. Louw. 
Bij zijn intrede op 28 oktober 1945 sprak ds. Vegter naar aanleiding van 2 Corinthe 5 : 20. 
"Zondag 3 mei 1953 was het een grote dag voor ons allen", zo schrijft de "Gemeentebode" van 8 mei 1953. 
De gemeente te Groningen had weer 2 predikanten. 
Op die dag werd nl. ds. G. Brongers van Den Haag door ds. Vegter van de gemeente Groningen-Noord in zijn ambt ingeleid.
Ds. Vegter sprak naar aanleiding van Johannes 21 : 15-17. 
's Middags deed ds. Brongers zijn intrede en had tot tekst gekozen Handelingen I: 22b, dat in het teken stond van het getuigen aangaande de opstanding. 
De kerk was zowel 's morgens als 's middags stampvol. 
Een nieuwe periode van het Baptisme in Groningen was aangebroken. 
Was op 1 januari 1951 besloten tot een voorlopige splitsing van de gemeenten Noord en Zuid, nu lezen we in dezelfde "Gemeentebode" van de eerste bespreking "kerkbouw-noord" op 22 apri1 1953 in de leerzaal aan de Warmoesstraat. 
Dit punt werd ingeleid door br. F. Lindeman. 
Er werd besloten om aan de Noorderhaven te bouwen. 
Hiertoe waren 2 panden gekocht en wel de nrs. 15 en 17.
Om tot de bouw te kunnen overgaan moesten zowel contributies als collecten tenminste 30% meer opbrengen. 
Toch zou hier niet worden gebouwd, want op 17 maart 1956 meldt ons de "Gemeentebode" : "Op de gecombineerde kerkeraad en gemeentevergadering is besloten tot aankoop van het pand Korreweg 47 voor de som van f 33.000,-". 
Het zou echter nog tot 1962 duren alvorens "De Cirkel", zoals de nieuwe kerk werd genoemd, in gebruik zou worden genomen. Het gebouw is, volgens "De Gemeentebode", ontworpen door dhr. S. v.d. Mei en kostte, incl. inventaris, f 360.000,-.
Op zaterdag 7 april vond de overdracht plaats met het aanbieden van de sleutels aan br. B. Hof, door ir. Van Loo. 
Bij de inwijding van de kerk sprak ds. Ph.Lindeman over Spreuken II : 24-26. 
Beide oud-voorgangers waren aanwezig, zowel ds. J. Louw als ds. G. Vegter, die op 13 april 1958 afscheid had genomen van de gemeente Groningen-Noord om de gemeente Rotterdam-Centrum te gaan dienen. 
Ds. Ph. Lindeman volgde hem op en deed op 18 oktober 1959 zijn intrede.
Hij werd bevestigd door ds. Vegter. 
Ds. G. Brongers had op 3 juli 1960 afscheid genomen van de gemeente Groningen-Zuid om de gemeente in Leeuwarden te gaan dienen. 
"Een goede tijd hebben we met hem gehad", zo schreef onze br. H. A. Mosterd in de Gemeentebode van 2 juli 1960. 
"Hoe vaak galmde een schaterlach door de vergadering der vroede vaderen". 
Ook ds. G. Brongers heeft met veel zegen de gemeente gediend. 
Hij was de man van de openluchtsamenkomsten, appelavonden, bijbelcursus en zaaierverspreiding.

Op 20 november 1960 deed ds. J. A. Brandsma zijn intrede in de gemeente van Groningen-Zuid. 
Tijdens de bevestigingsdienst, des morgens, was de kerk aan de Meeuwerderweg geheel bezet. 
Ds. Brongers had als tekst gekozen I Koningen 2 : 2,3 onder het motto "Neemt waar de wacht des Heren". 
's Middags was de kerk geheel bezet. 
De gemeente Groningen-Noord had de middagdienst laten vervallen om in onze vreugde te kunnen delen. 
Ds. Brandsma sprak naar aanleiding van 2 Corinthe 5 : 14, 15 over het onderwerp "God heeft de wereld lief".
Niet de persoon van de boodschapper is belangrijk, zo betoogde hij, maar de Boodschap zelf. 
Laten wij, broeders en zusters, dat nooit uit het oog verliezen.
Overweldigend was het bezoek des avonds. 
Alle verenigingen stelden zich voor .
In zijn dankwoord hoopte ds. Brandsma dat we, met elkaar , een gezegende tijd tegemoet zullen gaan.
Een blijde dag! 
Toch had deze dag nog een schaduwzijde want 2 dagen tevoren was één van de pioniers der gemeente heengegaan naar zijn Heer en Heiland nl. br. P.H.C. Deursen. 
In dit overzicht zijn niet veel namen genoemd van brs. en zrs. die de gemeente hebben gediend. (Het zou te veel worden.) 
Ik veroorloof mij echter voor br. Deursen een uitzondering te maken. 
Hij was 63 jaar lid der gemeente en heeft zich vanaf het begin tot het eind ingezet voor de verbreiding van Gods Koninkrijk, vooral voor zijn geliefde zondagsschool en het kerkkoor "De Lofstem". 
Tevens heeft hij lange jaren de gemeente als ouderling gediend. 
Oom Piet is iemand die we niet gauw vergeten.
Met ds. Brandsma hebben we een goede, doch beslist geen gemakkelijke tijd gehad. 
De televisie deed zijn intrede. Veel gemeenteleden kwamen in het bezit van een auto, caravan of zomerhuis. 
De welvaart groeide. 
Ook de geestelijke welvaart??? 
De mens is, met zijn stoffelijke rijkdom, een individualist geworden.
Dit alles heeft zijn weerslag op kerkbezoek en verenigingsleven. 
Om dan te volharden moet men uit het goede hout gesneden zijn.
Toch mogen we niet te pessimistisch zijn, immers in deze tijd is ook de kerk gerestaureerd, het oude orgel vervangen, de zalen in de oude kerk uitgebroken en geheel nieuw ingetimmerd en aan de eisen des tijds aangepast. 
De verwarmingsinstallatie vernieuwd. 
Veel hebben we te danken aan onze oud-penningmeester br. Jac. Boiten die ons, met zijn zakelijk inzicht, met raad en daad terzijde stond.
In deze 19 jaar dat ds. Brandsma in ons midden was werden er 115 personen gedoopt. 
Op zondag 1 september 1979 nam hij officieel afscheid van de gemeente als predikant om de "Unie der Baptisten Gemeenten" te gaan dienen als secretaris.

We zijn nog lang niet uitgekeken en al bladerende in de oude notulen kom ik in de verleiding nog een ogenblikje door te gaan. 
Veel oude namen kom je tegen en, in gedachten, zie je ze weer in de kerk zitten. 
Trouw namen ze hun plaats in en deden hun diensten.
De gemeente van NU is beslist niet meer de gemeente van TOEN, dit kan niet en dit hoeft ook niet. 
Toch zullen wij allen onze opdracht moeten blijven nakomen n.l. "Gaat heen en verkondigt het Evangelie". 
Wij hebben de plicht dat ieder zijn talent, dat hij of zij van de Heer heeft ontvangen, gebruikt ten dienste van Hem. 
Later zal een ieder van ons worden gevraagd, "Wat hebt gij voor Mij gedaan?" 
Dit waren onze broeders en zusters in de voorbije jaren zich goed bewust.
Ik wil dit overzicht eindigen met wat ds. J. Louw schreef in het boekje "En voort gaan de jaren", dat uitkwam ter herdenking van het 75-jarig bestaan der gemeente. 
"Het verleden, dat denkend verwerkt wordt, draagt brandstof aan op het altaar der harten en onderhoudt daar het vuur des Geestes. 
Wilt gij, broeder, zuster, Uw museum eens nadenkend doorwandelen, en dat in deze dagen in het bizonder?"

J. Huberts

Als na het einde van de wereldbrand '40-45 het leven weer in normale banen komt, wordt ook in de gemeente de visie naar de toekomst weer ruimer en denkt men weer over uitbreiding van het werk. 
Gezien de verspreide verdeling van baptistengezinnen in de stad en vroegere experimenten in die zin gaan de gedachten naar het noordelijk stadsdeel. 
Ook in het beroepingswerk wordt mede rekening gehouden met deze plannen en zo gebeurt het dat daar van lieverlee meerdere aktiviteiten ontstaan. 
Voor de zondagse samenkomsten maken we gebruik van het C.J.M.V.-gebouw aan de Spilsluizen, het jeugdwerk vindt ruimte in een voor dit doel beschikbare oude school in de Violenstraat, zondagsscholen worden in een aantal scholen van verschillende aard gehouden en zo vormt zich een werkzame gemeenschap die langs een geleidelijke weg steeds minder wijkgemeente en meer zelfstandige gemeente wordt. 
De roep om een eigen dak boven het hoofd wordt met de jaren luider en de noodzaak is steeds duidelijker waarneembaar. 
De verwezenlijking van dat idee komt in het grote geheel minder goed van de grond. 
Na aan- en verkoop van een gebouw aan de Noorderhaven vindt men aan de Korreweg een plaats waarop na sloop van de bestaande bebouwing een royaal kerkgebouw kan worden neergezet. 
Inmiddels is de bestuurlijke situatie zo dat men het erover eens wordt de noordelijke aktiviteiten als zelfstandige gemeente verder te laten gaan. 
We schrijven 1955 als een en ander zo is geregeld en 1956 als de A.V. der Unie Groningen-Noord als uniegemeente aanvaardt.
Voorganger van die groeiende gemeente in die toch wel enerverende jaren is ds. G. Vegter geweest. 
Even daarna wisselt hij van standplaats en komt ds. Ph. Lindeman de gemeente dienen.
Langzamerhand wordt daarna duidelijk op welke wijze het verlangde gebouw kan worden gesticht en met inzet van vele offerbereide broeders en zusters komt de uitvoering in zicht. 
Het is een blijde dag als ds.J.Louw de eerste steen kan leggen en nog groter is de vreugde als na voltooiing de gemeente bezit kan nemen van haar eigen huis, in het besef dat de Cirkel een werkplaats zal moeten zijn die dienstbaar is bij het uitdragen van de heilsboodschap in de omringende wereld en waarbinnen velen de geborgenheid mogen ervaren van de gemeenschap met hun Heer. 
Reeds in die tijd zijn er plannen voor nog een uitbreiding, die na wijziging een tiental jaren later, in de nieuwe wijk Vinkhuizen uitvoering krijgen in de bouw van de Vuursteen. 
Als deze goed en wel is ingewijd wordt de voorgangersplaats door ds. J. Broertjes ingenomen. 
Samen met ds. Lindeman en sprekers van elders verzorgt hij de diensten op beide plaatsen.
Zeer globaal is zo de geschiedenis van een jonge gemeente geweest, die in haar midden steeds opnieuw door dezelfde Geest geïnspireerde mensen heeft zien werken in vele soorten arbeid; om in een veranderende tijd de weg te blijven wijzen naar de Heer van alle leven.

Lb. v. Dam.

made with acDIVs 1.4